In het TNO-rapport “Flexibiliteit en energie-assets op bedrijventerreinen: een toekomstverkenning” wordt aangegeven dat door de toename van weerafhankelijke opwek (wind, zon) de behoefte aan flexibiliteit fors groeit richting 2050. Voor Lage Weide betekent dit concreet dat de huidige opslagcapaciteiten (lek‑batterijen, vrieshuizen als flexibiliteit) wel goed zijn, maar op termijn niet toereikend zullen zijn: er komt behoefte aan LDES‑systemen die meerdere uren tot dagen kunnen overbruggen.
Dunkelflautes opvangen
Want batterijen kunnen pieken opvangen. Warmtebuffers houden een gebouw een nachtje warm. Maar wat als de zon drie dagen niet schijnt en de wind even op is? Of als je overschotten in het weekend wilt gebruiken op maandag? Dan red je het niet met een Tesla Powerwall. Dan heb je LDES nodig. TenneT rekent erop: richting 2030 en 2035 zijn tientallen gigawatts aan langetermijnopslag nodig om het net stabiel te houden. Maar hoe, en waar? En wie neemt het voortouw? De praktijk is weerbarstig. Zolang kaders ontbreken, dreigt versnippering.
Op Lage Weide, het grootste bedrijventerrein van Utrecht, voelen we dit dagelijks. Netcongestie is hier geen risico maar realiteit. Nieuwe aansluitingen worden geweigerd. Systeemefficiëntie is noodzaak geworden. En dus kijken we verder dan zonne-energie of een batterij hier en daar. We werken aan een gebiedsgericht energiesysteem waarin opslag, conversie, opwek en uitwisseling hand in hand gaan.
Vooruit koelen
LDES past in dat plaatje, maar is op Lage Weide eerlijk gezegd voorlopig nog toekomstmuziek. Dat neemt niet weg dat we nú al experimenteren met langere termijnopslag. Zo gebruiken we voor onze E-hub vrieshuizen als flexibele verbruikers, die tijdelijk ‘vooruit koelen’ en zo netbelasting verminderen. En bij de biomassa-installatie van Eneco op ons terrein draait een serie batterijen die de energie tot net iets over de grenzen van 8 uur flexibiliteit kan opslaan. Belangrijk en waardevol, maar niet voldoende. Daarom hopen we van harte dat onze recent ingediende aanvraag voor de landelijke MOOI-subsidie wordt toegekend. Daarmee kunnen we het idee van een Multi-Commodity Energy Hub met LDES-componenten verder uitwerken. In december verwachten we daar uitsluitsel over.
Die systematische aanpak is geen toeval. We volgen op Lage Weide bewust de logica van de gebiedsaanpak energietransitie, zoals ook door het Rijk is voorgesteld. Dat betekent: eerst een energiebeeld opstellen (vraag, aanbod, opslag, conversie in kaart), dan een gebiedsuitwerking maken (gewenste ontwikkelingen en keuzes bepalen), gevolgd door een energieafspraak (wie doet wat?) en uiteindelijk uitvoering (projecten en investeringen). Monitoring en herziening maken daar continu deel van uit. Zo voorkomen we dat opslagoplossingen versnipperd en opportunistisch worden ingevoerd.
Systeemdenken
In onze plannen voor een Energie Ontwikkelmaatschappij Lage Weide (EOM-LW) is langetermijnopslag een strategisch bouwblok: als buffer, als marktoplossing, als noodvoorziening. Maar de technologiekeuze is niet eenvoudig. Waterstof, perslucht, gravity-based storage, thermochemische opslag… er is veel mogelijk, maar weinig bewezen. En het rendement en de businesscase hangen sterk af van context.
Daarom kiezen we voor systeemdenken. LDES moet passen binnen het geheel. Niet als losstaande pilot, maar als geïntegreerd onderdeel van de energiearchitectuur. Het recent gepubliceerde CE Delft-rapport over energiehubs bevestigt dat: zonder slimme koppeling tussen net, opslag en gebruik blijven de kosten hoog en de baten versnipperd. Ook voor Lage Weide is dat een reëel zorgpunt.
Subsidie-aanvraag
Lokaal zijn we dus volop bezig. Bijvoorbeeld door de kansen voor grootschalige invoeding van zon en wind uit de regio verder uit te werken. En in het kader van de MOOI-pilot “Symphonie” onderzoeken we of een collectieve batterij kan worden uitgebreid naar langere opslagcapaciteit… en hoe dat technisch, juridisch en economisch werkt.
De energietransitie vraagt om nieuwe infrastructuur én nieuwe instituties. LDES biedt potentie, maar alleen als we het inbedden in de lokale werkelijkheid van netten, bedrijven, eigenaarschap en slim beleid. En eerlijk gezegd vinden we dat best een ingewikkelde puzzel. Als we het goed doen, bouwen we geen centrale voorziening, maar een modulair energiesysteem. Met buffers, hubs en slimme koppelingen. Waar LDES niet het doel is, maar een essentieel middel.
Toekomstperspectief
Zo slaan we niet alleen energie op, maar zorgen we ook voor toekomstperspectief. Voor ondernemers, omwonenden en een gezonde leefomgeving voor nu en later. Die toekomst vraagt om durf en doorzettingsvermogen. Want terwijl het publieke debat soms stilvalt en politieke moed wankelt, zien we op bedrijventerreinen als Lage Weide dat de vergroening gewoon dóór dendert.
Dat lukt alleen omdat ondernemers, overheden en kennispartners hier blijven samenwerken, investeren en vernieuwen. LDES is daar een volgend hoofdstuk in. Geen simpele oplossing, maar een noodzakelijke bouwsteen. Laten we dus samen blijven bouwen aan een toekomstbestendig energiesysteem. Niet morgen, maar vandaag. Mocht je meer concrete kansen voor gemengde bedrijventerreinen zoals Lage Weide zien, dan houd ik me van harte aanbevolen. Duim je ondertussen mee voor onze MOOI-Symphonie-aanvraag?











