Vitens is het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland. Het bedrijf is volledig in publieke handen: de aandelen van de naamloze vennootschap zijn (in)direct eigendom van provincies en gemeenten. De provincie Overijssel is met 13,4% de grootste aandeelhouder, gevolgd door Friesland met 13,1%. Per 31 december 2021 beschikte Vitens over 2,7 miljoen aansluitingen en werkten er ongeveer 1.400 vaste medewerkers.
De duurzaamheidsagenda van Vitens is breed, begint Eddy Janssen zijn verhaal. “We zijn niet alleen bezig met CO2-reductie. Ons programma raakt aan natuurontwikkeling, klimaatadaptatie, sociale betrokkenheid en goed bestuur.” De richtlijn Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) heeft die breedte vergroot. “Veel zat al verspreid in de organisatie, maar de CSRD heeft ons geholpen om het te bundelen en te structureren.” Caroliene Kooiker geeft aan dat Vitens nog niet verplicht is om volgens de CSRD te rapporteren, maar er bewust voor kiest om dat al wel vanaf 2025 te doen. “We werkten al met het raamwerk van het Global Reporting Initiative, dus het rapporteren over duurzaamheid is voor ons niet nieuw.”
Van Klimaatwet naar concrete doelstellingen
Vitens heeft zijn klimaatambitie afgeleid van de Nederlandse Klimaatwet, zegt Janssen. Dat betekent 49% CO2-reductie in 2030 en 95% in 2050 ten opzichte van 1990. “Dit betekent dat we in 2030 op 100 kiloton uitstoot moeten zitten en in 2050 op 10 kiloton”, legt Janssen uit. “Dat zijn significante besparingen.” De uitstoot komt vooral uit het productieproces: het oppompen, zuiveren en distribueren van grondwater. “Onze assets zijn bepalend voor ons energieverbruik. Daarom ligt de CO2-doelstelling vooral bij Asset Management. Zij kiezen bijvoorbeeld een pomp en bepalen daarmee of deze energie-efficiënt is of niet.”
120 maatregelen, € 250 miljoen
In 2020 inventariseerde Vitens maar liefst 120 maatregelen die bijdragen aan CO2-reductie. “Van windmolens tot thuiswerken”, zegt Janssen. “We hebben ze allemaal doorgerekend op impact en kosten. De uitkomst? We konden theoretisch naar nul uitstoot met een totale investering van toen € 250 miljoen.” Die investering was gespreid over dertig jaar. Dat kwam neer op ongeveer € 8 miljoen per jaar. “Dat was een eyeopener. 'Is dat alles?', was de reactie intern. Maar de praktijk is weerbarstiger. Ook de impact en kosten die we toen hebben berekend, zijn inmiddels achterhaald. Daarnaast hebben we ook andere doelen: leveringszekerheid, drinkwaterkwaliteit en biodiversiteit. Ook de financierbaarheid en uitvoerbaarheid van onze projecten, denk aan mankracht en materialen, staat nu onder druk.”

Enorme kapitaalbehoefte
Dat heeft meerdere oorzaken. Tien jaar geleden investeerde Vitens jaarlijks ongeveer € 100 miljoen. Inmiddels is dat opgelopen tot bijna € 300 miljoen per jaar. De verwachting is dat dit stijgt naar ongeveer € 600 miljoen in 2035. “Dat zorgt voor een enorme kapitaalbehoefte”, aldus Kooiker. “De achterliggende oorzaken: een verslechterende waterkwaliteit, schaarste van zowel grondwater als mankracht, een toename van de vraag door bevolkingsgroei en hogere kosten voor instandhouding en nieuwbouw van productielocaties en infrastructuur. Nieuwe waterbronnen zijn moeilijk te vinden en bestaande bronnen vereisen intensievere zuivering door bijvoorbeeld medicijnresten en andere vervuiling. Dat maakt het productieproces duurder.”
Water transporteren
Om drinkwater uit minder kwetsbare gebieden naar andere regio’s te transporteren, moet Vitens investeren in nieuwe productielocaties en grote transportleidingen. Ook dat vergt forse infrastructuurinvesteringen. “Kortom, we moeten verduurzamen én fors investeren in leveringszekerheid en infrastructuur”, zegt Kooiker.
“En dat terwijl de middelen beperkt zijn, en er op basis van de huidige regulering weinig mogelijkheden zijn voor het vergroten van de financiële ruimte. Om de toegang tot duurzame financiering te vergroten, heeft Vitens een Green Finance Framework.” Groene obligaties uitgeven (zoals sommige netbeheerders) doet Vitens echter niet. Omdat dat gekoppeld is aan een rating van de organisatie en die heeft Vitens niet, en die ambieert het drinkwaterbedrijf ook niet.
Interne CO2-prijs
Vitens werkt met een interne CO2-kostprijs van € 100 per vermeden ton CO2. Janssen: “Die prijs helpt ons om duurzame alternatieven mee te nemen in de 'businesscase'. We willen die prijs verhogen naar zo’n € 300, zodat duurzaamheid nog zwaarder meeweegt in de besluitvorming.”
Slimme techniek als standaard
Vitens probeert duurzaamheid te verankeren in de kernprocessen. Janssen: “We willen dat maatregelen geen losse projecten zijn, maar standaard onderdeel van drinkwaterproductie.” Een voorbeeld is methaanontgassing. “Methaan komt vrij bij het oppompen van water. In Spannenburg vangen we dat af en gebruiken het als brandstof voor een gasmotor. Zo reduceren we methaanuitstoot én wekken we duurzame energie op.” Op circa twaalf locaties is methaanuitstoot relevant en willen we bij vervanging en nieuwbouw ook methaanverwerking meenemen. Zo verduurzamen we op natuurlijke vervangingsmomenten.”
Zonnepanelen, batterijen en netcongestie
Vitens heeft een programma om een groot deel van de productielocaties van zonnepanelen te voorzien. “We verbruiken zoveel energie dat we alles zelf kunnen gebruiken. Terugleveren is niet nodig.” Op locaties waar Vitens wil uitbreiden en netcongestie speelt, zoekt Vitens naar oplossingen zoals de inzet van batterijopslag. “Het is niet onze voorkeursoplossing”, zegt Janssen. “Immers, een batterij staat het grootste deel van de tijd niets te doen. Toch kan batterijtechniek helpen bij 'peak shaving'. Ook samenwerking met andere partijen in energiehubs kan dat effect hebben. We kijken hiernaar als mogelijke maatregel. Daarbij is het belangrijk dat onze leveringszekerheid niet in het gedrang mag komen als gevolg van de inzet van een batterij of energiehub. Dat is een keiharde voorwaarde.”

Natuurontwikkeling als filter nul
Voor Vitens is een grote biodiversiteit geen bijzaak. Janssen: “Het is noodzaak. Al ons water komt uit de bodem. Hoe beter die bodem, hoe minder we hoeven te zuiveren. Ook dat betekent een energiebesparing.” Daarom investeert Vitens in natuurontwikkeling rond productielocaties. “Filter nul noemen we die filtrage door de bodem. Het exacte effect van die filtrage is lastig te kwantificeren in cijfers, maar wel essentieel voor onze levering.” Een voorbeeld van natuurbehoud is de samenwerking met Waterschap Vallei en Veluwe in Epe. “Daar dreigen beken droog te vallen. We onderzoeken om, naast de huidige infiltratie die we al doen, extra infiltratie van gezuiverd afvalwater toe te passen en daarmee het grondwater op peil te houden. Dat beschermt natuur, erfgoed én onze waterbron.”
Pompoptimalisatie
Opvallend als besparingsmaatregel is de automatisering van het besturingssysteem voor waterdistributie. Janssen: “Waar vroeger veel handmatig werk nodig was om kleppen en drukverhoudingen te regelen, wordt nu ingezet op slimme automatisering. Dit leidt tot minder drukverlies en dus energiebesparing, maar biedt ook operationele voordelen: minder werkdruk, betere uitwisselbaarheid van personeel en onderdelen, en een robuuster systeem. Als we meerdere doelen tegelijk kunnen bereiken, wordt het makkelijker om draagvlak te creëren”, aldus Janssen. “Zeker ook omdat we al moeilijk aan technisch personeel kunnen komen.”
Digital twins
Daarnaast werkt Vitens aan het digitaliseren van zijn pompen via zogeheten digital twins. Daarbij maakt het bedrijf een digitale weergave van het volledige net. Janssen: “Door het gedrag van pompen te modelleren en monitoren, kunnen we voorspellen wanneer een pomp buiten zijn optimale werkgebied draait of aan vervanging toe is. Zelfs een besparing van 2% op het energieverbruik van pompen kan al een grote impact hebben, gezien het enorme volume dat we dagelijks verwerken. Deze aanpak maakt het mogelijk om preventief onderhoud te plannen en pompen efficiënter te laten draaien. Dat draagt direct bij aan CO2-reductie.”
Elektrificatie van het wagenpark
Hoewel de impact op het totale energieverbruik beperkt is, elektrificeerde Vitens zijn wagenpark grotendeels. “Dit is een eenvoudige en zichtbare maatregel”, aldus Janssen. “En dat helpt ook om intern en extern het signaal af te geven dat we verduurzamen.” Voor monteursbussen zijn er nog praktische uitdagingen, zoals actieradius en laadcapaciteit. “Maar ook daar werken we aan.”
Afgewogen keuzes
Tot slot: Vitens is geen marktpartij. Kooiker: “We hebben een maatschappelijke taak: betaalbaar en betrouwbaar drinkwater leveren. Die taak is wettelijk vastgelegd. Dat beperkt onze keuzeruimte. We kunnen niet zomaar de prijs verhogen of een windmolen neerzetten. Op windenergie kunnen we onze productie niet op peil houden.” Daarom kiest Vitens voor een neutrale koers. “We volgen de Klimaatwet en maken afgewogen keuzes. We willen niet te hard van stapel lopen, maar ook zeker niet te weinig doen. Het is balanceren tussen idealisme en kosten.”








