Alles bij elkaar een verkleedkist vol rekwisieten en grime, waarmee de kandidaten zich tooien in de hoop om tijdens hun gesprek een adequate voorstelling te geven. Een enkeling krijgt een open doekje, voor de meesten valt het doek voortijdig. Te weinig kennis en ervaring, niet authentiek.
Wees authentiek en scoor die baan!
Maar wat willen we, als we van iemand verwachten dat hij authentiek is? In die advertenties staat dat er nooit bij. Je kunt er niet in afstuderen of voor naar de supermarkt.
In de markt van talentontwikkeling weten ze het wel. Als je authentiek bent, "sta je dicht bij jezelf", lees ik daar. Dan ben je "trouw aan je eigen persoonlijkheid", je bent "echt" en "oorspronkelijk". En ook creatief, origineel, integer, je hebt zelfvertrouwen, "unieke kwaliteiten" en je "laat je passie zien". Wees authentiek, dan heb je de beste kans op die droombaan!
Maar wat is dat dan, authentiek zijn?
Hm, het wordt er niet duidelijker op – authenticiteit blijkt een doolhof van vage, op een hoop geveegde begrippen. De sollicitant en zijn gesprekspartners moeten maar zien hoe ze de uitgang vinden. "Ken jezelf" stond op de tempel van Apollo in Delphi – het is veelal een levenslange opgave.
Dus hoezo laten we in een gesprek wel even ons authentieke zelf zien? En hoe kunnen we van iemand die we voor het eerst ontmoeten, met gezag zeggen dat hij "dicht bij zichzelf staat" en dus oordelen over zijn authenticiteit?
Natuurlijk kunnen we dat niet. Tenminste niet als we ervan uitgaan dat dat zelf in ons huist als een min of meer begrensde kern, die we kunnen vastpakken en voor iedereen zichtbaar op tafel leggen. "Dit is mijn zelf. Kijk, ik sta er dichtbij."
We kunnen het wel, als we dat zelf zien als een product van sociale interactie. (Erving Goffman schreef er in de jaren 50 een geweldig boek over, dat in het Nederlands is vertaald als De dramaturgie van het dagelijks leven.) In de ontmoeting met de ander geven we een voorstelling die we opbouwen uit lichaamstaal en gesproken woord, kleding, stembuiging en ervaring. Zo stellen we onze gesprekspartner in staat zich een beeld te vormen van onszelf. We kunnen dat een beetje sturen door handig te putten uit voornoemde verkleedkist.
Het beeld van ons moet geloofwaardig zijn
De toetssteen is niet of we dichtbij onszelf staan en dus authentiek zijn, want hoe kan de ander dat weten? Het gaat erom of het beeld dat hij van onszelf heeft gekregen in zijn ogen geloofwaardig is.
Dat luistert nauw. Een boekhouder met een gat in de hand is niet geloofwaardig. Een veiligheidskundige zonder PE-punten ook niet. Een politicus met inwisselbare principes evenmin. We zijn in het zelfbeeld van de ander op zoek naar continuïteit, samenhang en voorspelbaarheid.
Als we willen dat iemand authentiek is, verlangen we een voorstelling uit één stuk.













