In het manifest ‘Naar nieuwe arbeidsverhoudingen’ spreken drie marktbonden (FNV Bondgenoten, CNV Vakmensen en De Unie) en de AWVN zich uit voor duurzame samenwerking. Ze zijn het over een aanzienlijk aantal dingen eens. Een greep:
• Na een periode waarin het vertrouwen van veel mensen is ‘weggesmolten’ is het tijd voor samenwerking en sociale vernieuwing. Binnen ondernemingen vraagt dit om heldere en open communicatie over bedrijfsdoelen en strategie.
•Voorafgaand aan cao-onderhandelingen komen er werkconferenties waarin partijen eerst samen naar de lange termijn kijken – met name naar verhoging van de productiviteit en van de arbeidsdeelname.
•Werkgevers moeten zich meer inspannen voor mensen die meervoudig belast zijn (door zorgtaken, vrijwilligerswerk en dergelijke) en mensen met beperkingen (zoals Wajongers en WSW’ers). Er moet geïnvesteerd worden in kennis en competenties van iedereen, niet alleen werknemers maar ook flexwerkers en zzp’ers. Besluitvorming over zaken als langer werken, investeren in inzetbaarheid en telewerk moet dichter bij de mensen zelf komen te liggen. Om een maatschappelijke tweedeling te voorkomen moeten flexwerkers meer bescherming krijgen, qua sociale zekerheid én arbeidsomstandigheden.
• Resultaatafhankelijke beloning moet, sterker dan nu, afhangen van het bereiken van duurzaamheidsdoelstellingen. Inkomensverschillen moeten weer op een maatschappelijk aanvaardbaar niveau gebracht worden. Het aantal ‘werkende armen’ moet drastisch omlaag.
• De crisis laat zien waartoe een eenzijdige oriëntatie op aandeelhouderswaarde leidt. Er is een nieuwe en duurzame balans nodig tussen people, planet en profit. Dat is heel andere taal dan we nog maar anderhalf jaar geleden hoorden, toen sociale partners met bebloede koppen tegenover elkaar stonden omdat ze het niet eens werden over de AOW-leeftijd. Het akkoord dat ze daarover in 2010 sloten, heeft duidelijk de lucht geklaard. Volgens AWVN-woordvoerder Jannes van der Velde zeggen alle betrokkenen dat we niet moeten denken dat er nu nooit meer conflicten tussen sociale partners zullen zijn. Van der Velde: ‘Het manifest geeft een algemene richting aan. Als de overheid ingrijpende dingen met de sociale zekerheid gaat doen, om maar een voorbeeld te noemen, gaat zoiets zijn weerslag krijgen op het cao-overleg en hebben we weer een hobbel te overwinnen.’
Ondernemingsraden kunnen aan dit manifest veel hebben, denkt Hans Hubregtse, adviseur Medezeggenschap & Arbeidsvoorwaarden van FNV Bondgenoten. Hij verwacht dat er vooral een voedingsbodem is bij bestuurders van internationaal concurrerende bedrijven die openstaan voor sociale innovatie en beseffen dat die niet gedijt bij een top-down-cultuur. ‘Daar gaat dit manifest namelijk ergens over.’ Hubregtse hoopt en verwacht dat or-leden in de toekomst een vooraanstaande rol zullen spelen op conferenties die bedrijven gaan beleggen om hun koers op lange termijn te bespreken. Al dan niet in het kader van cao-onderhandelingen.












