Verplaatsing werk naar Duitsland voldoende toegelicht
Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
<P>DHL Finance (DHL) onderhoudt een mailroom in Maastricht waarin twaalf mensen werken. De ondernemingsraad wordt om advies gevraagd over het overhevelen van deze werkzaamheden naar Dortmund waar in een mailroom soortgelijke activiteiten worden verricht. Nadat de ondernemingsraad negatief heeft geadviseerd, zet DHL het besluit toch door.</P> <P><B>Ondernemingskamer</B><br> In de mailrooms Maastricht en Dortmund worden dezelfde activiteiten verricht en die vergen geen bijzondere kennis of vaardigheden. Ze genereren geen eigen omzet, winst of verlies en vormen een kostenpost voor de businessunits van de DHL-groep. De <I>Cost of Finance</I> (CoF) van de mailrooms moet volgens de uitgangspunten van het businessplan worden teruggebracht tot onder 1 procent. Dit kan door de werkzaamheden van de mailrooms te centraliseren op één locatie. Dat leidt tot schaalvoordeel en standaardisering van de diensten, met als resultaat verbetering van die diensten. Door centralisatie in Dortmund kan er gebruik worden gemaakt van werknemers uit Dortmund. Dit zal tot een kostenbesparing op concernniveau leiden. <br>DHL heeft dit op een voor de or kenbare wijze in de besluitvorming betrokken. De or beklaagt zich er voorts over dat hij onvoldoende informatie heeft gekregen over de vergelijking met het kostenniveau van concurrenten en dat hij zelf in die informatie heeft moeten voorzien. Hij heeft zich echter niet op het standpunt gesteld dat hij door een gebrek aan informatie op dit punt geen (verantwoord) advies heeft kunnen uitbrengen en om die reden negatief heeft geadviseerd. <br>DHL heeft in zijn adviesaanvraag gewezen op een doelstelling uit het – met de or besproken – businessplan, te weten het terugbrengen van het kostenniveau tot onder 1 procent. Deze doelstelling past in de missie om binnen de DHL-groep voortdurend een verlaging van de CoF na te streven. In dit verband heeft hij, gelet op zijn concurrentiepositie, gewezen op het kostenniveau van concurrenten. Dat kan niet worden aangemerkt als een zelfstandige beweegreden voor het besluit. De klacht van de ondernemingsraad op dit punt wordt verworpen.</P> <P><B>Commentaar</B><br> Een van de aspecten die in dit geschil centraal stond, was de vraag of het terugbrengen van de kosten op een vergelijkbaar niveau van de concurrentie nu wel of niet een centrale beweegreden was, die de ondernemer aan het besluit ten grondslag had gelegd. De or had zelf onderzoek verricht naar het kostenniveau van de concurrenten en kwam tot de conclusie dat dat geen argument oplevert om het besluit te nemen. De OK is van oordeel dat de ondernemer dit argument terzijde gebruikt en niet als een zelfstandige beweegreden. Uit eerdere rechtspraak blijkt dat de OK van een ondernemer verlangt dat hij aantoont dat het besluit een oplossing biedt voor de beweegreden die er aan ten grondslag zijn gelegd. Uit deze zaak is af te leiden dat er wel ruimte is om beweegredenen te clusteren. Wil er sprake van zijn van een zelfstandige beweegreden, dan moet deze ook duidelijk uit het (voorgenomen) besluit blijken.</P> <P>Hof Amsterdam (OK) 10 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1266, 40<br> Auteur Loe Sprengers is advocaat bij Sprengers Advocaten te Utrecht</P>