Er is toestemming van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) nodig om een Gesloten Distributiesysteem (GDS) te ontwikkelen. Een GDS heeft één centrale aansluiting bij de netbeheerder, met daarachter het eigen private net. Traditioneel zijn GDS’en te vinden bij onder andere universiteitscomplexen en grote industrieën. Het bedrijventerrein Ecofactorij in Apeldoorn is één van de weinige, vrij nieuwe GDS-netwerken. Alles georganiseerd in een coöperatie waar iedereen verplicht lid van is.
Energiecentrale kwam er niet
Ecofactorij is rond 2000 ontwikkeld, met als kernidee een energieopwekker, een grote levensmiddelenfabriek en een vrieshuis. Wat is er logischer dan direct stroom gebruiken van de private energiecentrale? De toenmalige DTE (nu ACM) heeft het concept beoordeeld en bedrijven vrijstelling verleend van de individuele verplichting om aan te sluiten op het net van Liander. In plaats daarvan konden ze gezamenlijk als GDS een aansluiting aanvragen.
De energiecentrale is er nooit gekomen, het private stroomnet wel. Er zijn nu zo’n 25 bedrijven op aangesloten, van een vrachtwagengarage tot betonfabriek, datacentrum, vrieshuis en logistieke centra. Mijn bedrijf Sparkling Projects is ook op Ecofactorij gevestigd. Ik ben, als bestuurder en als ingenieursbureau, nauw bij het netwerk betrokken.
Nog zeker tien jaar netcongestie
Ons GDS ligt in congestiegebied: ook wij kregen een brief van Liander, met daarin de mededeling dat de gevraagde capaciteit pas vanaf 2035 ingevuld kan worden. De enige mogelijkheid is dan dat bedrijven achter het Liander-onderstation onderling capaciteit mogen uitwisselen. De 20 MVA aansluiting kunnen we niet maximaal benutten, omdat de aansluiting contractueel beperkt is tot 14,5 MW. Achter de aansluiting zit meer gecontracteerd vermogen. Het managen van de vraag vereist flexibiliteit van de aangeslotenen. We meten het stroomverbruik op secondebasis en kunnen op basis van een stoplichtensysteem vraag afschakelen.
Behoefte aan extra vermogen
Dit jaar was er bij de bedrijven de wens om 8 MW extra vermogen aan te vragen: laadpalen, warmtepompen en extra capaciteitsuitbreiding van de productie. De piek van het afgelopen jaar lag op circa 11,5 MW, de ruim 3 MW aan batterijen niet meegenomen. 8 MW toevoegen aan 11,5 MW op een gecontracteerd vermogen van 14,5 gaat zonder afspraken en sturing niet goed. Aan de ledenvergadering (ALV) om tot een besluit te komen.
Er zijn verschillende parallelle sporen bewandeld:
- Iedereen is gevraagd serieus te kijken naar de aanvraag voor vermogen, en reserves eruit te halen.
- Er is aangegeven dat als capaciteit wordt toegekend, het gecontracteerde vermogen en daarmee ook de maandelijkse kosten direct omhooggaan.
- De capaciteit kan worden teruggevorderd als deze niet binnen twee jaar wordt gebruikt.
- De stroomprofielen moeten worden aangeleverd voor analyses.
Vlak profiel geeft weinig mogelijkheden
In de ALV zijn de profielen gepresenteerd. De meeste bedrijven hebben flexibiliteit, of een periode met minder stroomvraag. Eén aanvrager, die 4 MW extra wilde hebben, heeft een 24/7 vlak profiel: geen flexibiliteit. Waar flexibiliteit en variatie van stroomvraag aanwezig zijn, kunnen de batterijen inspringen en vraag en aanbod op elkaar afstemmen. Voor het vlakke profiel is dat niet mogelijk. Een vlak profiel geeft batterijen en andere gebruikers simpelweg niet de mogelijkheid om op te laden.
Veel flexibiliteit
Er was wel íets mogelijk voor deze partij die 4 MW wenste. Door stroomvraag goed te managen, kan deze 4 MW in het totale stroomprofiel namelijk redelijk goed worden ingevuld. De overige partijen (die samen 4 MW extra wilden hebben) kunnen namelijk dermate veel flexibiliteit bieden, dat de piek slechts 1 MW omhooggaat: van 11,5 MW naar 12,5 MW.
Dan resteert er dus voor de partij die 4 MW vlak profiel wenste nog 2 MW (een aansluitcapaciteit van 14,5 MW – 12,5 MW piek = 2 MW), met een zekerheid van 99%. Met veel kunst- en vliegwerk zouden de andere partijen en de batterijen nog meer flexibiliteit kunnen bieden, maar dat zou gepaard gaan met een aflopende leveringszekerheid. De laatste 500 kW zou zelfs met maximale flex niet ingevuld kunnen worden. Dat kan het bedrijf eventueel nog zelf opvangen met een aggregaat (niet met een batterij, want er is geen ‘laadtijd’).
'Curtailment'
Die 4 MW, zo bleek uit de rekensom, was eigenlijk simpelweg teveel gevraagd. Daarom werd besloten deze partij 2 MW toe te kennen onder ‘curtailment’-conditie. ‘Curtailment’ houdt in dat van iedereen de transportovereenkomsten wordt aangepast. Een groot deel van de bedrijven kan schuiven met een deel van de stroomafname, al gaat het maar om de laadpunten van de personenauto’s (met name ’s ochtends in de piek hebben we het dan over substantiële procenten).
Stel je capaciteit ter beschikking, dan wordt een vergoeding gegeven door bedrijven die de stroom nodig hebben. Dit over en weer met een reële vergoeding. Alles wordt gemanaged vanuit ons GDS. De toeslag voor een kWh-flex wordt bepaald door de algemene ledenvergadering en in de toekomst wordt geëvalueerd of deze fair is. Vooralsnog verwachten we dat € 0,25/kW redelijk moet zijn.
Gaat dit tijd kosten? Nee, alles is PLC-gestuurd. En op basis van weersverwachting en historisch verbruik is een dag van tevoren in te schatten of we een beroep moeten doen op ‘curtailment’. Technisch gesproken merken bedrijven daar niets van.
Kaasschaaf
De ALV waarop deze besluiten werden genomen, liep verrassend soepel. Elk bedrijf heeft zijn eigen specifieke belangen. Ook is duidelijk dat er vermogensschaarste is en dat je met delen verder komt. Een kaasschaafmethode, waarbij er van iedereen iets wordt afgehaald, is economisch suboptimaal. Profielen zijn namelijk vaak goed in elkaar te schuiven en dat biedt kansen.
Een andere systematiek, van wie het eerst komt, wie het eerst maalt (die netbeheerders wettelijk toe moeten passen), geeft geen optimale verdeling. Bovendien stimuleert het gedrag om alleen voor je eigen rechten te gaan. Er ontstaat een claimcultuur waarbij je angstig moet zijn dat de 24 andere ondernemers sneller of slimmer zijn en jouw toekomstplannen dwarsbomen. Door goed samen te werken en transparantie binnen de coöperatie, blijkt dit niet nodig.
Niet op je strepen staan
‘Curtailment’ bleek van deze drie opties duidelijk de beste. Doorslaggevend was dat de aanvrager met het vlakke profiel begreep dat hun wens van 4 MW in alle scenario’s onhaalbaar was. Daardoor zouden ze volledig afhankelijk zijn van de flexibiliteit van andere ondernemers. Buiten het GDS zouden ze per definitie nul hebben gekregen. Als je niets kunt bieden aan flexibiliteit, kun je dan wel op je strepen staan? Fantastisch dat er door de flexibiliteit van anderen 2 MW aan kan worden geboden.
Het volgende agenda-onderwerp op de ALV was de nieuwe wandelroute om de benen te strekken en er werd ook nog besloten een kunstwerk aan te kopen. De voorzitter gaf er een klap op en bij de borrel werd ontspannen teruggeblikt: we hadden elkaar respectvol benaderd en waren er mooi uitgekomen.










