De werknemer is pas twee dagen in dienst bij de werkgever wanneer de eerste op 18 juli 2018 een bedrijfsongeval krijgt. Hij stelt de werkgever aansprakelijk voor de geleden en te lijden schade. Na lang gediscussieer erkent de aansprakelijkheidsverzekeraar van de werkgever op 25 maart 2021 aansprakelijkheid voor het ongeval. De verzekeraar betaalt de werknemer op 16 augustus 2021 een voorschot op de schadevergoeding van € 5.000.
Sinds 16 juli 2020 ontvangt de werknemer een WIA-uitkering.
Werknemer vordert schade door ongeval
De werknemer start een procedure voor de kantonrechter waarin hij stelt schade te hebben geleden door het ongeval. Hij vordert betaling van het verlies aan verdienvermogen vanaf de datum van het ongeval t/m 31 december 2024 van € 41.640,05. Daarnaast vordert hij een smartengeldvergoeding van € 45.000, een voorschot op de kosten van ondersteuning door twee familieleden van € 25.000 en een materiële schadevergoeding van € 900. Bovendien wil hij een vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 5.040.
De werknemer geeft aan door het bedrijfsongeval niet meer te kunnen werken. Hij ontvangt een WIA-uitkering en stelt dat de werkgever aansprakelijk is voor het verlies aan verdienvermogen. Daarnaast stelt hij intensieve verzorging nodig te hebben van familie en daarvoor kosten te moeten maken.
Volgens de werkgever is het causaal (oorzakelijk) verband tussen de gevorderde schadevergoeding en het ongeval niet aangetoond. Ook is een aantal schadeposten onvoldoende onderbouwd.
Werknemer moet causaal verband aantonen
De vraag of de na het ongeval opgetreden medische klachten van de werknemer het gevolg zijn van het ongeval valt alleen te beantwoorden na onderzoek door een of meer medische deskundigen. Deze informatie is ook nodig om te kunnen beoordelen of er in juridische zin sprake is van een causaal verband tussen ongeval en gestelde schade. Dit betekent dat de werknemer zal moeten aantonen dat hij door het ongeval medische klachten heeft en daardoor schade lijdt.
De werkgever is het niet eens met de stelling van de werknemer dat zijn medische klachten veroorzaakt zijn door het ongeval. In een medisch advies van 21 mei 2021 staat dat de medisch adviseur niet kan beoordelen of de klachten en beperkingen van de werknemer het gevolg zijn van het ongeval, omdat er medische informatie ontbreekt. De werkgever kan aantonen meerdere keren bij de werknemer om deze ontbrekende informatie te hebben gevraagd.
Redelijk verzoek om medische informatie
In letselschadezaken waarin de oorzaak van de medische klachten moeilijk is vast te stellen, is het gebruikelijk dat de benadeelde partij medische informatie van voor het ongeval overlegt. De kantonrechter oordeelt daarom dat het verzoek van de werkgever om deze medische informatie aan te leveren, redelijk is.
De kantonrechter schuift de verklaring van de werknemer dat hij niet over meer medische informatie beschikt, terzijde. Ook zijn stelling dat hij een blanco medische voorgeschiedenis heeft, betekent niet dat het onmogelijk is om bij zijn huisarts de gevraagde medische informatie op te vragen.
Causaal verband komt niet vast te staan
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Hij is immers al sinds het medisch advies van 21 mei 2021 op de hoogte van de vragen die de werkgever heeft over de oorzaak van de medische klachten. Hij heeft nagelaten de gevraagde informatie te overleggen, terwijl hij daartoe ruimschoots de gelegenheid heeft gehad. Dit betekent dat hij de gevraagde stukken niet meer mag overleggen.
Nu de gevraagde stukken ontbreken, kan de kantonrechter niet beoordelen of de gestelde medische klachten het gevolg zijn van het ongeval. Daarmee komt een causaal verband tussen de gestelde schade en het ongeval niet vast te staan. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de begroting van de schadeposten en wijst alle vorderingen van de werknemer af.
Bron: Kantonrechter Almelo, 23 december 2025 - ECLI:NL:RBOVE:2025:7571













