Zo help je het risico op een stofexplosie verkleinen

Op 25 november 2025 blaast een explosie bij biomassaverwerker Milling Company Europe in Emmen de gevel eruit. Volgens de brandweer is een stofexplosie vermoedelijk de oorzaak. Als veiligheidskundige kun je het risico op een stofexplosie verkleinen door een mix aan technische, organisatorische en preventieve maatregelen.

Zo help je het risico op een stofexplosie verkleinen
Brand na een stofexplosie in een loods van een bedrijf in houtafvalverwerking. Foto: Reyer Boxem/Hollandse Hoogte (ANP)

"Daar ga ik niet op in. Dat ga ik gewoon niet doen." Directeur Harry Pot van Milling Company Europe heeft geen zin in vragen over het bewuste incident. Het bedrijf in Emmen verwerkt jaarlijks tonnen aan organische reststoffen tot nieuwe duurzame producten door fijngemalen biomassa in stuifvrije korrels en pellets te persen. Die bewuste dinsdag ging er iets mis en blies een explosie aan twee kanten een deel van de gevel uit het bedrijfspand. Niemand raakte gewond. Vermoedelijke oorzaak: een stofexplosie, aldus de brandweer.

Niet alle stofexplosie-incidenten halen de media

Henk van der Schoot is docent explosieveiligheid bij RelyOn Quercus, een wereldwijde opleider voor operators, monteurs, inspecteurs en engineers. Volgens hem zijn er in verschillende sectoren bijna wekelijks stofexplosies in Nederland (zie kader Bekende stofexplosies in Nederland), maar halen lang niet alle incidenten de media.

Toch kan een stofexplosie zeer ernstige gevolgen hebben en brand veroorzaken, of erger: tot gewonden en dodelijke slachtoffers leiden onder werknemers. Als veiligheidskundige kun je het risico op een stofexplosie verkleinen door een mix aan technische, organisatorische en preventieve maatregelen. Van der Schoot: "Bij explosierisico moeten werkgever en werknemer beiden iets doen. Ongeacht het aantal mogelijke slachtoffers."

Explosieve atmosfeer door veel fijnstof

Een stofexplosie ontstaat door de combinatie van een zekere concentratie brandbare stof, zuurstof en een ontstekingsbron, zoals een vonk of heet oppervlak. Heel fijn stof van bijvoorbeeld hout, meel, poeders of aluminium vormt het brandbare materiaal. Als dit zeer fijnkorrelige stof in hoge concentraties door de lucht (zuurstof) zweeft, ontstaat een explosieve atmosfeer. Een ontstekingsbron die ook maar de kleinste vonk afgeeft, kan de boel laten ontploffen.

Risicosectoren zijn bedrijven in de houtverwerkende industrie (houtstof), veevoeder- en voedingsindustrie (meel, melkpoeders, suikers, specerijen), chemische en farmaceutische industrie (poeders) en energiebedrijven (biomassa). Maar bijvoorbeeld ook de gasbetonindustrie die explosiegevaarlijk aluminiumpoeder verwerkt.

Exacte oorzaak explosie lastig te achterhalen

Lessen trekken uit incidenten is niet makkelijk. Na een verwoestende klap valt de exacte oorzaak van een explosie lastig te achterhalen. De Arbeidsinspectie registreert en onderzoekt bovendien niet alle incidenten. Zo is naar de explosie bij Milling Company Europe geen verder onderzoek ingesteld. Ook op de explosie bij polymeerfabrikant Compound Company in Enschede (januari 2024) volgde geen nader onderzoek.

"Voor de registratie van ongevallen moet er letsel zijn bij medewerkers. Dat was bij beide incidenten niet het geval. Daarom is ervoor gekozen om deze niet verder te onderzoeken en niet formeel te registreren", aldus woordvoerder Dylan Romeo van de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Risico stofexplosie verkleinen niet moeilijk

"De oorzaak van een stofexplosie is vaak een menselijke fout”, zegt Arjan Bakker, docent en teamleider explosieveiligheid bij RelyOn Quercus. "Iemand die een slijptol gebruikt bij een filterkast in een zagerij of tijdens onderhoud een onderdeel vervangt en vergeet een draadje aan te sluiten voor de aarding of vereffening; het niet afvoeren van statische elektriciteit en potentiaalverschillen zijn grote risicofactoren."

"Soms speelt echt een gebrek aan kennis. Werknemers moeten zich heel bewust zijn van de risico's in hun werkomgeving." Het risico op een stofexplosie verkleinen is volgens hem niet moeilijk. "Het is wel veel en dat maakt het een beetje onoverzichtelijk en lastig", zegt Bakker.

Het begint bij een (verdiepende) RI&E

Het begint met de verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) die je kunt maken als veiligheidskundige: de werkgever moet weten met welke materialen hij werkt en de explosie-eigenschappen van deze verschillende stoffen kennen.

Blijkt uit een (verdiepende) RI&E dat er door de aanwezigheid van brandbare stoffen een explosieve atmosfeer kan ontstaan, dan moet de werkgever voldoen aan de minimumvoorschriften uit de Europese richtlijn ATEX 153 (Richtlijn 1999/92/EG) om werknemers te beschermen. Die eisen zijn concreet uitgewerkt in het Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 3.5 a t/m g.

EVD als levend hulpdocument

De werkgever moet in een explosieveiligheidsdocument (EVD) explosieve atmosferen beoordelen, de risico’s daarvan omschrijven en aangeven welke maatregelen hij neemt om explosierisico's te verminderen. Als veiligheidskundige moet je de werkgever daarin kunnen adviseren en ondersteunen.

Bakker: "Je omschrijft in een EVD heel precies hoe je met jouw brandstof en mogelijke ontstekingsbronnen een potentiële explosie voorkomt. Je maakt het explosieveiligheidsdocument niet eenmalig, het is bedoeld als levend document dat je continu actualiseert."

Explosieve gebieden indelen in gevarenzones

Afhankelijk van de risico's moet de werkgever gebieden waarin explosieve atmosferen kunnen voorkomen indelen in gevarenzones en die zones markeren (zie kader Verplichte gevarenzone-indeling ). Bij stofexplosies gaat het om gevarenzones 20 tot en met 22, conform de Nederlandse Praktijkrichtlijn 7910-2. Hoe gevaarlijker de gevarenzone, hoe strenger de eisen in het gebied. De werkgever moet in een gevarenzone passende maatregelen nemen.

Gevarenzones worden ingedeeld op basis van frequentie en tijdsduur van stofwolken. In gevarenzone 20 is continu een explosief mengsel aanwezig, bijvoorbeeld binnen stofomhulsel, droogtorens, silo's of stofafzuiginstallaties en -filters. Gevarenzone 21 is een omgeving waar bij normaal bedrijf naar verwachting af en toe brandbare stof vrijkomt. Dit zijn plekken buiten de stofomhulling en in de nabijheid van bedrijfsapparatuur waar tijdens een normaal productieproces stof kan komen of bij opwerveling een explosieve atmosfeer kan ontstaan door stofconcentratie. Gevarenzone 22 is een gebied waar bij normaal bedrijf weinig of slechts voor korte tijd brandbare stof vrijkomt.

De volgorde van preventieve maatregelen

Docent Van der Schoot heeft stofexplosies als specialisme. Hij geeft de volgorde aan voor preventieve maatregelen om stofexplosies te voorkomen en eventuele gevolgen te beperken. "Stap 1: voorkom zo mogelijk het ontstaan van een explosieve atmosfeer. Stap 2: voorkom een ontstekingsbron. En stap 3: beperk de gevolgen van een eventuele explosie."

Stap 1

Bij stap 1, het voorkomen van een explosieve atmosfeer, hebben technische maatregelen de voorkeur. Van der Schoot: "Je kunt stof niet altijd voorkomen, want dan heb je geen productieproces meer. Maar door een sterke puntafzuiging bijvoorbeeld kun je een gevarenbron wel wegnemen. Tegenwoordig kun je bijvoorbeeld broei in een droogtoren heel goed voorkomen door in het proces koolmonoxide te meten en camera's te plaatsen."

Good housekeeping behoort tot de organisatorische maatregelen om een explosieve atmosfeer te voorkomen. Oftewel: zorg ervoor dat de boel stofvrij is en blijft. Bakker: "Bedrijven hebben vaak mooie schoonmaakprocedures, maar medewerkers moet het uitvoeren. Daar gaat het weleens mis." Belangrijk is dat medewerkers zich heel bewust zijn van hun werkomgeving en voorafgaand aan het werk in verplichte scholing goede instructies krijgen over de risico's van hun werkplek. Van der Schoot: "Zodat je stof bijvoorbeeld nooit met perslucht gaat wegblazen."

Stap 2

Stap twee, het voorkomen van een ontstekingsbron, is minstens zo belangrijk. Want een minuscuul klein vonkje kan op veel manieren ontstaan. Mechanisch kan een onjuist geïnstalleerde pomp het te zwaar krijgen en heetlopen, waardoor er hitte en een ontstekingsbron ontstaan. Ook bij onderhoudswerkzaamheden als slijpen en boren kunnen vonken vrijkomen.

Statische elektriciteit is een beruchte ontstekingsbron voor explosies. Van der Schoot: "Bij pneumatisch transport door leidingen moet je een installatie goed aarden, zodat er geen statische opbouw ontstaat in de leidingen; dit vormt een enorm risico. Werkgevers moeten werknemers ook geschikte kleding geven van materiaal dat niet tot elektrostatische ontladingen kan leiden."

Om het risico verder te verkleinen, mogen in de verschillende gevarenzones alleen apparaten gebruikt worden die explosieveilig zijn en specifiek voor een gevarenzone geschikt. Dit is vastgelegd in de Europese productrichtlijn 2014/34/EU (ATEX 114) en in Nederland uitgewerkt via het Warenwetbesluit explosieveilig materieel. Van der Schoot: “Deze richtlijn beschrijft de eisen aan explosieveilige apparatuur voor de fabrikant. Toch mag niet elke explosieveilige pomp zomaar overal staan. Een apparaat moet je selecteren op en alleen gebruiken in de gevarenzone waarvoor het geschikt is."

Stap 3

En als het toch mis gaat? Dan moet de werkgever als derde stap preventief maatregelen hebben getroffen om de gevolgen van een explosie zoveel mogelijk te beperken.

In een noodsituatie is het zaak werknemers optisch en akoestisch te waarschuwen en evacueren. Zij moeten ook bekend zijn met vluchtplannen. Verder zijn er blusflessen die in no time een bluspoeder kunnen injecteren om een explosierisico te elimineren.

Volgens Van der Schoot zijn er ook mogelijkheden om de impact van een explosie te verminderen. "Met drukontlastingspanelen kun je een stofexplosie wegleiden naar een plek waar die geen kwaad kan. Die panelen zie je bijvoorbeeld aan de buitenkant van grote zuivelfabrieken. Achter die panelen staan grote droogtorens. Gaat er dan iets mis, dan klappen die panelen eruit en komen de explosiedruk én een enorme vuurbal naar buiten. Op die manier zijn de mensen binnen beschermd tegen vuur en overdruk."

Bakker: "Het belangrijkste is dat werkgever en werknemers zich bewust zijn van de risico's en daarnaar handelen. Alles valt of staat met bewustwording. Daarin is opleiding en training van medewerkers op de werkvloer cruciaal. Zij moeten de gevaren kennen en onderkennen en op het juiste moment de juiste stappen zetten. Dan is het eigenlijk vrij recht toe, recht aan."

Literatuur 

Walter Baardemans is een journalist en communicatiedeskundige, die organisaties ondersteunt met tekst, advies en trainingen. Naast vakinhoudelijke kennis over media en communicatie(processen) zijn arbeid en gezondheid, medezeggenschap en human resource management zijn belangrijkste kennisgebieden.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.