Na 2 jaar geneeskundestudie in Vietnam emigreert Tam Vroeijenstijn-Nguyen naar Nederland. Daar studeert ze verder in Leiden. "Tijdens mijn studie dacht ik altijd dat ik internist of kinderarts zou worden. Uiteindelijk werd het dus bedrijfsarts."
Het pad naar de bedrijfsgeneeskunde was niet vanzelfsprekend voor Vroeijenstijn, simpelweg omdat ze niet van het bestaan ervan afwist. "Tijdens mijn laatste coschappen liep ik 3 dagen per week mee met een bedrijfsarts. Het was een eyeopener voor mij dat er ook zoiets bestond als een werk-privébalans."
Diversiteit maakt het vak boeiend
Vroeijenstijn werkt als bedrijfsarts voor Perspectief. Wat haar vooral aanspreekt is de veelzijdigheid van het werk. "Je spreekt de ene keer een schoonmaker en de andere keer een directeur. De ene keer ben je bij een installatiebedrijf op bezoek en de andere keer bij een tuinder met paprika's."
De diversiteit in werkzaamheden en contacten houdt het werk voor Vroeijenstijn boeiend, zelfs na meer dan 20 jaar in het vak. Dat komt ook doordat ze niet alleen werkzaam is als bedrijfsarts. Haar agenda is evenwichtig verdeeld over 3 kerntaken.
"Ik denk dat ik ongeveer een derde van mijn tijd besteed aan het werk als bedrijfsarts. Ook ongeveer een derde van mijn werkweek ben ik praktijkopleider en doe ik dagsupervisie. Dat is het proces waarbij bedrijfsartsen toezicht houden op en begeleiding bieden aan andere artsen in het veld die nog niet geregistreerd zijn als bedrijfsarts." Daarnaast is ze stafarts, een coördinerende rol waarin ze andere artsen ondersteunt en aanstuurt. "En verder werk ik nog mee aan innovatieprojecten."
De holistische benadering
In haar rol als bedrijfsarts geniet Vroeijenstijn vooral van individuele verzuimbegeleiding. Wat haar hierin bijzonder aanspreekt, is de persoonlijke component. "Dat je mensen mag bijstaan op het moment dat ze het moeilijk hebben. En dat je van alles kunt vragen. Dat is een hele bijzondere positie. Zeker omdat je als bedrijfsarts meer tijd voor iemand hebt dan bijvoorbeeld een huisarts."
Daarbij benadrukt ze het belang van een persoonsgerichte aanpak. "Wat ik zo mooi vind aan dit vak, is dat je een holistische benadering hebt. Dat je niet alleen naar de ziekte kijkt, maar naar de hele context. Dus ook naar de privésituatie en naar de manier waarop iemand omgaat met de klachten."
Deze persoonlijke benadering stelt haar in staat om een waardevolle schakel te zijn tussen verschillende zorgverleners. "Ik overleg geregeld met de huisarts van een cliënt. Dat is heel nuttig, omdat je dan allebei een compleet plaatje krijgt. Zo kun je iemand samen veel beter helpen."
Nieuwe bedrijfsartsen opleiden
Als praktijkopleider speelt Vroeijenstijn een belangrijke rol in het klaarstomen van nieuwe bedrijfsartsen. Ze is al 7 jaar docent bij het Erasmus en geeft onderwijs aan coassistenten van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Daar zet ze zich in om meer geneeskundestudenten enthousiast te maken voor het vak.
"Ik merk dat er steeds meer interesse is voor de bedrijfsgeneeskunde. Wat hierin heeft geholpen, is dat de bekendheid van het vak actief vergroot wordt. Want als je niet weet dat het vak bestaat, kun je er ook niet voor kiezen. In het nieuwe curriculum van de Erasmus krijgt bedrijfsgeneeskunde ook in de bachelor steeds meer uren."
De resultaten hiervan zijn al merkbaar. "Als ik 7 jaar geleden aan studenten vroeg welk specialisme ze wilden kiezen, zei bijna niemand dat ze sociale geneeskunde wilden doen. Maar nu zegt een derde van de geneeskundestudenten: 'Ik wil niet in het ziekenhuis werken'."
Meer interesse, nu nog praktijkopleiders
Toch blijft er een uitdaging bestaan: voldoende opleiders. "Er is nu wel interesse van studenten – en van zij-instromers. Maar dan is de volgende uitdaging om voldoende praktijkopleiders te vinden."
Volgens Vroeijenstijn ligt hier een rol voor zowel de arbodiensten als de overheid. "Ik denk zeker dat de overheid daar een actievere bijdrage aan moet leveren. Met financiële ondersteuning, maar ook met een beleid. Want het moet wel voor alle partijen aantrekkelijk zijn."
Met AI innoveren in verzuimbegeleiding
Een innovatieproject waar Vroeijenstijn bijzonder trots op is, is de ontwikkeling van de 'Verzuimduurvoorspeller'. Op het moment dat iemand zich ziekmeldt, krijgt diegene een vragenlijst toegestuurd. Op basis daarvan en in combinatie met andere gegevens, kan de verzuimduurvoorspeller inschatten of iemand korter dan 2 weken arbeidsongeschikt zal zijn, tussen 2 en 13 weken, of langer dan 13 weken.
"Met behulp van AI, waarbij de professional altijd verantwoordelijk blijft, voorspellen we dus hoelang het verzuim gaat duren. Als iemand een paar dagen verzuimt, kunnen wij zien of het langdurig verzuim wordt. Dan is het de bedoeling dat deze mensen sneller bij de bedrijfsarts komen, zodat wij ons werk beter kunnen doen. Dat we effectiever kunnen werken voor de medewerker én de werkgever."
Naar de grootste impact
Dit project, dat na 2 jaar ontwikkeling sinds januari 2025 operationeel is, stelt Vroeijenstijn in staat om nog persoonlijker en doeltreffender te werk te gaan. "Ik zou heel graag een gepersonaliseerde verzuimbegeleiding willen. Dat mensen die onze hulp het hardst nodig hebben, die ook krijgen. Bij langdurig verzuim is een bedrijfsarts namelijk het meest relevant. Bij kortdurend verzuim heeft de leidinggevende meer impact."
Ze geeft een voorbeeld: "Stel dat een medewerker met een gebroken been een goede relatie heeft met de werkgever en goede behandeling krijgt in het ziekenhuis. In zo'n geval is mijn toegevoegde waarde niet zo groot. Dan besteed ik mijn tijd liever aan mensen met psychisch verzuim die te maken hebben met lange wachttijden of werkgerelateerde problematiek."
Nieuwe technologieën en ethiek
Als het gaat om de integratie van nieuwe technologieën zoals AI in de gezondheidszorg, is Vroeijenstijn uitgesproken voorstander van actieve betrokkenheid. "Ik vind het belangrijk dat artsen meedoen met die nieuwe technologieën. Júist omdat ze dilemma's met zich meebrengen. Precies daarom moet ook de bedrijfsarts ermee aan de slag. Zodat we de risico's leren kennen en beheersen."
Ze waarschuwt: "Op het moment dat je AI toepast, krijg je natuurlijk te maken met nieuwe uitdagingen. De morele en ethische aspecten moet je allemaal meenemen. AI kan ons beslist helpen, hoewel het ook nieuwe risico's met zich meebrengt. Maar als je níet meedoet, bepalen andere mensen je werk. Dat moet je niet willen."
Ze benadrukt dan ook dat menselijke controle essentieel blijft: "Ik vind het belangrijk dat de privacy gewaarborgd is. En dat de menselijke leiding er nog is. Een mens moet altijd de beslissingen nemen, niet het algoritme, dat nooit."
Elke tijdswinst is meegenomen
Naast de Verzuimduurvoorspeller ziet Vroeijenstijn nog meer mogelijkheden voor AI. "De hele gezondheidszorg experimenteert met een AI-assistent die meeluistert met het spreekuur. Die zet de gesprekken om in een samenvatting en geeft eventueel ook conclusies en advies."
De voordelen hiervan zijn soms subtiel, maar daardoor niet minder belangrijk: "Je wint met zo'n samenvatting maar een paar minuten. Maar in die paar minuten kun je, in plaats van dat je van de ene patiënt naar de volgende rent, even naar het toilet of een kop koffie pakken. De verwachting is dat zorgverleners hierdoor meer werkplezier krijgen en het verzuim in de zorg zelf afneemt."
Vroeijenstijn is dan ook enthousiast over de toekomst: "We zijn nog lang niet klaar met de toepassing van nieuwe technologieën om ons werk makkelijker en efficiënter te maken. En dat alles in dienst van zowel werkgever als werknemer."
Zoek interdisciplinaire samenwerking op
Of het nu gaat om verzuimbegeleiding, nadenken over beleid, opleiden of meewerken aan innovatieve projecten, Vroeijenstijn benadrukt het belang van samenwerking met andere disciplines. "Je maakt gebruik van elkaars expertise. Daardoor is het geheel meer dan de som van de afzonderlijke delen. Zo kom je tot betere adviezen."
Ze illustreert dit met een concreet voorbeeld: "Ik had de vraag of een exoskelet een goed hulpmiddel zou kunnen zijn voor kraanmachinisten. Ik ken de werkzaamheden van zo'n machinist en ik ken de werking van exoskeletten. Maar dan moet ik natuurlijk wel met de veiligheidskundige bespreken of die oplossing passend is. Dat bleek uiteindelijk niet zo te zijn, maar we hebben het idee in ieder geval een kans gegeven."
Het advies van Vroeijenstijn voor collega's en andere disciplines is dan ook: "Wees nieuwsgierig en zoek contact. Ik weet niet alles en mijn collega's van andere disciplines weten ook niet alles. Maar als je contact met elkaar zoekt, verbinding maakt, dan kom je waar je moet zijn. Je werkt tenslotte samen aan hetzelfde doel: optimale inzetbaarheid van medewerkers."














