Ik sprak een ambtelijk secretaris uit de zorgsector die vertelde hoe lastig het is om met marktwerking in de zorg om te gaan. ‘Onze medewerkers hebben vaak het gevoel dat de kern van hun vak, het verzorgen van mensen, weg is. Ze hebben zoveel tijd nodig voor de administratie en het vastleggen van gegevens dat de tijd om aandacht aan mensen te besteden te vaak ontbreekt. Ook zijn veel handelingen zo vastgelegd dat er weinig ruimte overblijft voor het menselijk contact.’
Als or is het toch heel lastig om dit soort zaken aan te kaarten, zo blijkt in de praktijk. Regelgeving schept kaders en dat is in veel gevallen heel prettig, kijk maar naar het verkeer en onze rechtspraak. Het moet echter niet doorschieten. Dat je in je auto zit en eigenlijk niet meer weet wat de grote hoeveelheid verkeersborden je willen zeggen, zoals onlangs bleek uit onderzoek. Veel mensen weten niet eens wat bepaalde borden betekenen en zien soms door de bomen het bos niet meer. Zo lijkt het met veel dingen te gaan.
Maar wat moet je daar nu mee als or? Op het congres kwam ook al naar voren dat or’s de samenwerking met vakbonden toch goed kunnen gebruiken om dergelijke ‘collectieve’ problemen aan te pakken. Het is eigenlijk geen vernieuwing, maar toch ook weer wel.




