Slijtage, maar ook onveilige situaties, zijn vaak synoniem voor werken in de haven. In een enquête (2007) van FNV Bondgenoten zegt de helft van de havenwerkers ten minste één collega te kennen die het voorbije half jaar getroffen is door een ongeval met licht of zwaar letsel. En 44 procent meldt meestal of altijd onder tijdsdruk te werken Ongeveer de helft van de overslagbedrijven in de Nederlandse zeehavens doet te weinig om zwaar werk lichter te maken. ‘Er is sprake van forse lichamelijke belasting’, aldus de Arbeidsinspectie in een onderzoek, eveneens in 2007, onder 134 havenbedrijven. Ruim een derde van de bedrijven kreeg een waarschuwing. Onder de werknemers heerst volgens de inspectiedienst ook een machomentaliteit. Zwaar werk hoort er nu eenmaal bij en kan zelfs spannend zijn, is de gedachte. Omdat ook werkgevers niet altijd een reëel beeld hebben van risico’s en arbeidsbelasting en ze hun logistieke klanten snel tevreden willen stellen, zitten or’s in een lastig parket. ‘Je moet als or veel vechten en druk uitoefenen om bij je doel te komen’, zegt Bert den Melker, or-lid en voorzitter van de VGWM-commissie bij containeroverslag¬bedrijf APM Terminals op de Rotterdamse Maasvlakte, Bij APM worden de containers wekelijks in enorme aantallen tegelijk af- en aangevoerd.
Elk uur dat een boot te lang voor de kade ligt, kost geld. Werkdruk is een regelmatig terugkerend punt van discussie tussen or en de leiding van APM. ‘Klachten over hoge werkdruk horen we op de werkvloer geregeld’, zegt Dick Keijzer, or-voorzitter van APM. ‘Het management kijkt alleen of de kranen draaien, maar kent vaak niet de situatie op de boot.’
Den Melker: ‘Met voldoende informatie en een management dat het belang inziet van goede communicatie kan de inbreng van de medezeggenschap veel effectiever zijn. We moeten af van het incidentenbeleid.’ De Hoog: ‘Een slepend probleem is ook de scheepsrook die in de cabines van de kraanmachinisten doordringt en hoofdpijn veroorzaakt. Er is op twee kranen wel iets aan gedaan, maar de techniek werkt niet goed. De rook blijft binnenkomen. Een gasdetectiesysteem inbouwen werkt volgens ons wel. Die wens is nog niet ingewilligd, want de directie blijft in de eigen oplossing geloven.’
Ook de or van Uniport, een containeroverslagbedrijf in de Rotterdamse Waalhaven, ziet dat er met de werkomstandigheden van kraanmachinisten nog veel mis is. ‘Trillingen, schokken, lawaai, slechte zithouding’, vertelt or-voorzitter Wim van Gijlswijk. ‘zijn zaken die je grotendeels kunt voorkomen. Misschien moeten de mensen veel meer gaan klagen. Dan gaat het management eindelijk snappen dat investeren in ergonomie ook geld oplevert. Minder ziekteverzuim en meer werkplezier.’
Het stimuleren van veilig werken en verminderen van fysieke belasting is ook de inzet van het programma VIP – afkorting voor Veiligheid IGMA Plant – dat sinds april loopt bij IGMA, een bulkoverslagbedrijf in Amsterdam. Ook hier worden werknemers geconfronteerd met gegaste ladingen.
De kern van VIP is dat werknemers, die hiervoor speciaal zijn getraind, minimaal een keer per week het bedrijf ingaan om een collega, die daarover vooraf wordt ingeseind, tien minuten te observeren. Gekeken wordt hoe de werknemer werkt en of dat veilig is, waarna de observant met de werknemer in gesprek gaat. De observant noteert ook klachten over de kwaliteit of het draagcomfort van beschermingsmiddelen.













