De toekomst van de levensloopregeling ziet er niet rooskleurig uit. Al direct na invoering staken twee problemen de kop op. In de eerste plaats bleek de levensloopregeling vaak te worden ‘misbruikt’ ter reparatie van de afgeschafte regelingen voor VUT en prepensioen. Daarnaast had de levensloopregeling concurrentie van het spaarloon, dat voor lagere inkomens vaak veel gunstiger uitpakte. Gelijktijdige deelname aan beide regelingen was (en is) niet toegestaan, en de levensloopregeling werd het kind van de rekening.
Onderzoeker Hans Anker peilde in opdracht van Aegon de stemming onder een grote groep werkenden met als doel een ontwerp voor een vernieuwde levensloopregeling te kunnen maken. Anker ondervroeg niet alleen deelnemers over de levensloopregeling, maar ook werknemers die aan de spaarloonregeling deelnemen en mensen die in geen van beide regelingen sparen. De meest opmerkelijke conclusies: veel Nederlandse werknemers koesteren een groot wantrouwen tegenover de politiek, zijn slecht op de hoogte van de details omtrent de levensloopregeling en vinden hem te ingewikkeld. ‘De politiek zou eens echt achter de levensloopregeling moeten gaan staan en de burger overtuigen van haar eigen geloof in de regeling. Dat moet een duidelijk, geloofwaardig verhaal zijn, gevrijwaard van de politieke waan van de dag.’ Deze oproep aan de politiek was één van de aanbevelingen in Ankers tienpuntenplan voor herziening van de levensloopregeling dat hij de naam Levensloop 2.0 meegaf. Op termijn zou de levensloopregeling een basisvoorziening moeten worden voor alle burgers van Nederland, waarbij iedereen zelf bepaalt of hij iets wil inleggen, luidt een van de punten. Eveneens op termijn: het onderbrengen van het spaarloon, de pensioenopbouw en de levensloop in één allesomvattende regeling.
Herman Kappelle, fiscaal jurist bij Aegon, pleitte voor meer mogelijkheden voor werkgevers om de levensloopregeling te ondersteunen. “Als de werkgever erachter gaat staan, dan gaat het pas echt vliegen. Je zou werkgevers dus in staat moeten stellen om een bijdrage te doen ten behoeve van de mensen die aan de levensloopregeling meedoen, zonder dat hij eenzelfde bedrag moet geven aan de mensen die niet meedoen – zoals nu het geval is. Verder zou het goed zijn als mensen zowel aan de spaarloonregeling als aan de levensloopregeling zouden mogen meedoen.”












