Bijna driehonderdjarige ruikt de vrijheid
Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
Het is niet voor het eerst dat Stora Enso de OR op het verkeerde been heeft gezet. Zo zijn de saneringsmaatregelen onderdeel van het zogeheten PIP 2007 (Profit improvement 2007). Dit is een op de papierfabriek toegesneden plan van aanpak, vastgesteld in 2005, dat ‘de komende jaren’ zou moet resulteren in een beter bedrijfsresultaat. Voor meerdere fabrieken, wereldwijd, stelde Stora Enso een dergelijk plan op. Dimmendaal: ‘Dat proces was nauwelijks gaande toen onze fabriek, met nog een paar buitenlandse fabrieken, op een zwarte lijst belandde. Sindsdien staan we onder verscherpt financieel toezicht. Onverwachts, want we waren nét bezig met de uitvoering van PIP 2007. Bovendien maken we nog steeds winst. We zitten op een gemiddelde van vijf procent.
Op 4 oktober 2006 kreeg de OR het nieuws te horen, vlak voor een door de directie aangekondigde bijeenkomst in de personeelskantine. De verslagenheid onder het personeel was enorm, maar de OR trok zich onmiddellijk terug voor spoedoverleg. Een dag later lag er een uitgebreid stappenplan, met daarin aandacht voor de adviesaanvraag, het sociaal plan, maar ook wat en de manier waarop met partijen gecommuniceerd zou gaan worden. Centraal stond een onderzoek naar de levensvatbaarheid van de Berghuizer Papierfabriek. Extern adviseur Arjen van Witteloostuijn rondde dit onderzoek voor kerst af en zijn analyse – waarover de OR nu inhoudelijk nog niks kan en wil zeggen – is begin 2007 onderwerp van gesprek in vele vergaderingen. Het resultaat van het onderzoek wordt de belangrijkste troefkaart van de OR, die begin 2007 met Stora Enso aan tafel gaat om te praten over de verdere voortgang.












