Geen benadeling or-lid

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

De feiten
Een ambtenaar had in augustus 1997 bij zijn sollicitatie naar de functie van gerechtssecretaris bij het gerechtshof ‘s-Gravenhage aangegeven dat hij in augustus/september 1997 zou afstuderen. Twee jaar later vertelde hij dat zijn afstuderen alleen nog afhing van de beoordeling van zijn scriptie. In maart 2005 heeft hij zijn collega’s per e-mail uitgenodigd voor gebak, omdat hij “weer een diploma rijker”was. Een maand later is uitgekomen dat de ambtenaar, anders dan hij had doen voorkomen, niet was afgestudeerd. Sterker nog: gebleken is dat hij al geruime tijd niet meer als student stond ingeschreven.

Plichtsverzuim
Het bevoegd gezag besloot de ambtenaar strafontslag te geven wegens plichtsverzuim, omdat hij vanaf zijn sollicitatie in augustus 1997 tot eind maart 2005 bewust onjuiste informatie heeft verstrekt over de stand van zaken van zijn studie. De ambtenaar startte een bezwaarprocedure. Het ontslagbesluit werd toch gehandhaafd, waarna de ambtenaar in beroep ging bij de rechtbank. Hij werd in het ongelijk gesteld en vervolgens ging hij in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

Or-lidmaatschap
De CRvB oordeelde dat de ambtenaar terecht strafontslag kreeg, omdat hij vanaf zijn sollicitatie misleidende informatie over zijn studievorderingen had verstrekt. Daarvoor moet hij volledig verantwoordelijk worden gehouden. In hoger beroep deed de ambtenaar nog een beroep op zijn lidmaatschap van de ondernemingsraad. Dit beroep wordt door CRvB niet gehonoreerd. Volgens de CRvB is niet aannemelijk gemaakt dat de ambtenaar uit hoofde van zijn lidmaatschap van de ondernemingsraad is benadeeld. De voorzitter van de ondernemingsraad werd door de leiding vertrouwelijk op de hoogte gesteld van het komende ontslag van de ambtenaar. Dit maakt niet dat er sprake is van benadeling van de ambtenaar op grond van zijn lidmaatschap van de ondernemingsraad, aldus de CRvB.

Commentaar
Een ambtenaar die lid is van de ondernemingsraad geniet rechtsbescherming. Deze is opgenomen in art. 21 van de WOR. De ambtenaar mag niet vanwege zijn lidmaatschap van de ondernemingsraad worden benadeeld in zijn positie als ambtenaar. Bij benadeling moeten we denken aan het onthouden van promotie of ontslag. Als lid van de ondernemingsraad moet de ambtenaar zich kritisch kunnen uitlaten over de voorstellen van de leiding, zonder angst te hebben voor eventuele repercussies. Art. 21 van de WOR biedt de ambtenaar die tevens lid van de ondernemingsraad is geen bescherming tegen gedragingen die als plichtsverzuim zijn aan te merken. Dit doet zich in deze zaak voor. De ambtenaar heeft door vanaf zijn indiensttreding onjuiste en misleidende inlichtingen over de voortgang van zijn studie te verstrekken, zich niet gedragen zoals het een goed ambtenaar betaamt. Aan de integriteit van gerechtsambtenaren worden terecht hoge eisen gesteld. De ambtenaar is daarin tekortgeschoten

Mr. Trees Karssen, OR in de overheid, december 2008

Meer interessante en relevante jurisprudentie vindt u in Rechtspraak voor Medezeggenschap.

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.