Wijziging randvoorwaarden voorgenomen besluit toegestaan

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

<P>Binnen de provincie Groningen vindt het college van Gedeputeerde Staten (GS) de bezettingsgraad van het provinciekantoor onacceptabel laag. Het managementteam moet een plan gaan opstellen, waarbij 3 belangrijke uitgangspunten worden geformuleerd: </P><OL> <LI>de huidige lage bezettingsgraad van gemiddeld 52% moet substantieel verhoogd worden <LI>de uitgewerkte plannen moeten binnen 10 jaar budgettair neutraal zijn; en <LI>maximale betrokkenheid van medewerkers in het proces. </OL><P>Er wordt een externe deskundige ingeschakeld en 5 werkgroepen ingesteld. De OR wordt advies gevraagd over de uitkomsten hiervan, vastgelegd in 6 rapporten. In het voorjaar van 2006 heeft een draagvlakmeting over het plan plaatsgevonden onder de medewerkers. De uitkomsten daarvan zijn mede reden voor de OR om negatief te adviseren. Daarop deelt de ondernemer mee dat de uitkomst van de draagvlakmeeting hem mede ertoe hebben gebracht fasering van het project in te voeren. Eerst zal de digitalisering van informatievoorziening worden uitgewerkt. Daartoe zal een plan van aanpak worden opgesteld en ter advisering aan de OR worden voorgelegd. Er zal daarna een vervolgoverleg plaatsvinden over een aantal functionele plattegronden en wordt toegezegd dat een adviesaanvraag bij de OR zal worden ingediend, indien de voorgenomen bezuinigingen gevolgen mochten hebben voor medewerkers. Daarop gaat de OR in beroep tegen het besluit.</P><B>Ondernemingskamer</B> <P>De belangrijkste stelling van de OR is dat het besluit in redelijkheid niet genomen had kunnen worden, omdat niet is voldaan aan de randvoorwaarden van GS. De OK overweegt dat het hier gaat om door de ondernemer gestelde randvoorwaarden in een opdracht aan zijn managementteam. Het feit dat het besluit niet aan (al) die randvoorwaarden voldoet, maakt het besluit niet reeds daarom kennelijk onredelijk. De ondernemer heeft de vrijheid te menen een besluit te nemen ook al is niet (in volle omvang) aan de door hem gestelde randvoorwaarden voldaan. Ten aanzien van de randvoorwaarde "binnen 10 jaar budgettair neutraal" staat het de ondernemer vrij af te zien van strikte toepassing van zo’n voorwaarde, als de OR niet stelt of aannemelijk maakt welk belang er vanuit het perspectief van zijn adviesrecht is gediend met het handhaven van de voorwaarde. Ook is van belang dat de ondernemer heeft aangegeven dat na 12,3 jaar alsnog een budgettair neutrale situatie zal zijn bereikt. Ook het feit dat het niet doorvoeren van het plan na ruim 12 jaar € 411.500 op jaarbasis duurder zal zijn speelt een rol. Daar komt bij dat met het besluit de bezettingsgraad substantieel wordt verbeterd (hoofddoelstelling van GS). Vanzelfsprekend is voor het daadwerkelijk tot stand brengen van die verbetering van belang dat het nieuwe huisvestingsconcept succesvol wordt geïmplementeerd. De ondernemer heeft ervoor gekozen eerst een plan van aanpak op te stellen waarin de digitalisering van informatievoorziening nader zal worden uitgewerkt. De OR zal daarover advies worden gevraagd. Daarom is er geen reden om aan een (succesvolle) implementatie op dit moment al te twijfelen. </P><B>Commentaar</B> <P>In het algemeen zijn de randvoorwaarden die de ondernemer heeft geformuleerd waaraan een besluit moet voldoen, van groot belang voor het advies en besluit. De OR zal bij het advies allereerst moeten aangeven of hij het met de randvoorwaarden eens is. Vervolgens is van belang of het uiteindelijk besluit ook voldoende tegemoet komt aan de gestelde randvoorwaarden. Mogelijkerwijs zijn er alternatieven die beter voldoen aan de randvoorwaarden of met minder negatieve (personele) gevolgen gepaard gaan. In deze zaak is de ondernemer gaandeweg tot de conclusie gekomen dat de randvoorwaarden enigszins aangepast moeten worden om het besluit te kunnen realiseren. De vraag was: Mag dat? De OK vindt van wel. De ondernemer heeft de vrijheid om terug te komen op de uitgangspunten, die hij hanteert bij de besluitvorming, Hij zal dat wel moeten kunnen uitleggen en de OR de gelegenheid moeten geven daarop te reageren. Het is dan aan de OR om aan te tonen dat of de nieuwe randvoorwaarden onredelijk zijn, of het besluit door de nieuwe randvoorwaarden in redelijkheid niet genomen kan worden. Het zal dan met name van de kracht van de bezwaren van de OR afhangen. Bij bedrijfseconomische en organisatorische besluiten spelen zoveel variabelen, dat het ‘bevriezen’ van de beginstellingen door deze als onveranderbaar te beschouwen, geen recht doet aan de belangenafweging die bij de besluitvorming gemaakt moet worden. Het gaat om een zorgvuldig besluit, waarbij alle aspecten worden meegewogen. </P> <P>OK Hof A’dam 5 december 2006, ARO 2006/205 (OR Provincie Groningen)</P> <P><I>Auteur:</I> Loe Sprengers, Advocaat bij het Advokatenkollektief Utrecht en Hoogleraar Universiteit Leiden</P>

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.