Een SER-commissie onder voorzitterschap van kroonlid Hans Kamp bereidt momenteel op eigen initiatief een advies voor over de toekomstige positie van jongeren op de arbeidsmarkt. De commissie gaat daarin op zoek naar het arbeidsethos en de loopbaanwensen van de werknemer en ondernemer van 2015. De vraag is onder meer in hoeverre die verschillen ten opzichte van vorige generaties. Drie groepen jongeren (werkzoekenden, werknemers en ondernemers) gingen in dit kader met elkaar en commissieleden in discussie.
Overstap
De overgang van studie naar de eerste baan is voor veel jongeren groot. Niet iedereen is even goed hierop voorbereid, bleek uit de gesprekken. “Ik heb een universitaire opleiding gedaan en daar werd geen aandacht besteed aan het ontwikkelen van diverse vaardigheden en competenties. Daar liep ik in mijn eerste baan tegenaan; ik kende mijn ontwikkelpunten niet”, vertelde een van de jongeren. Voor sommigen is een stage tijdens de opleiding een goede manier om de overgang van studie naar werk minder groot te maken. Ook sollicitatie- en netwerktrainingen helpen daarbij.
Balans
De grens tussen werk en vrije tijd is steeds meer aan het vervagen, bleek uit de reacties van de jongeren. Ze zijn gewend om, ook voor het werk, op elk moment in de week bereikbaar te zijn. “Mijn werk en vrije tijd lopen door elkaar heen. Vroeger dacht men daar anders over, werkte men tussen acht en vijf uur”, zei een jonge ondernemer daarover. Ook werknemers vinden het prettig om hun tijd flexibel in te delen: “Ik vind het jammer als de werkweek rigide is ingedeeld. In mijn vrije tijd ga ik graag windsurfen. Als het op donderdagmiddag waait, wil ik daar tijd aan besteden. Dat moet kunnen als je ook in het weekend doorwerkt”.
De ideale baan
Uit de gesprekken kwam naar voren dat voor de meeste jongeren geld niet de belangrijkste drijfveer is bij de keuze van een baan. Al zijn er ook jongeren die een snelle carrière met een hoog salaris en veel status wel zien zitten. Jongeren vinden het veelal belangrijk dat zij zich kunnen ontplooien en ontwikkelen. Als de banen niet voor het oprappen liggen, nemen zij (tijdelijk) genoegen met werk dat minder goed bij hun past. “Ik zou op een gegeven moment wel stoppen met een baan die niet goed past en iets zoeken wat ik leuk vind”, aldus een van de werkzoekenden.
De SER-commissie verwacht na de zomer het advies af te ronden.




