Het woord ‘achterkamertjes’ link ik altijd aan ‘politiek’ en ‘onderhandelen’. Maar er wordt meer onderhandeld. Vakbonden onderhandelen met werkgevers, diplomaten met gijzelnemers, regeringen met rebellen, ondernemingsraden met bestuurders en ga zo maar door. Gek genoeg hoor je daar zelden of nooit het iemand over achterkamertjes klagen. Iedereen lijkt in dat verband te begrijpen dat het resultaat telt en na afloop verantwoorden partijen zich ten opzichte van hun achterban. Niks mis mee lijkt me zo.
Wie heeft er dan baat bij zo negatief te doen over het buiten de openbaarheid bespreken van heikele kwesties? Allereerst journalisten natuurlijk. Want wat is er nu aan om van de hoofdrolspelers steeds te horen dat er sprake is van een ‘constructief overleg’ en dat er vorderingen worden gemaakt. Daar krijg je geen krant of een uitzending mee vol. Uit frustratie daarover, putten ze zich uit in het citeren van onze nationale roeptoeters. Hoewel ook uitgenodigd, blijven deze vasthouden aan hun corebusiness: het gehakt maken van onvoldragen voorstellen of, voordat er maar iets op tafel ligt, te verklaren tegen te zijn. Ik stel voor dat we dat naar sensatie snakkende journaille uitdagen hun tijd te vullen met het schrijven van scenario’s voor een soapserie. Dat lijkt me niet zo’n probleem overigens. Als ze even in hun ‘bovenkamertjes’ duiken hebben ze snel een overzicht van de standaard door alle partijen gebezigde oneliners. De in afwachting van een breed gedragen deal over het belastingstelsel en daardoor goed in hun tijd zittende acteurs als Roemer, Buma en Wilders, zullen zich als vissen in water voelen. En de burgers tenslotte, kunnen zich avondenlang aan de buis laven aan hun kromtaal. Maar nu wel in de juiste context: soap! Win, win, win ….





