Eigenlijk heeft Witte Donderdag (nog) niet zo veel te maken met het volgende verhaal, maar het kwam zomaar in mij op. Traditie, maar wie kent het verhaal er nog achter? Vroeger, toen de mensen nog naar de pomp liepen om water te halen, toen wisten ze het wel. Toen vertelden ze elkaar ook nog verhalen, over vroeger, over hoe het was, hoe het zou moeten, hoe anderen het zouden moeten doen.
Eigenlijk is er niet zo heel veel veranderd. Nog steeds vertellen we elkaar graag hoe het zou moeten, hoe anderen het zouden moeten doen. We vertellen het nu aan de virtuele dorpspomp, in het Snoetboek, zoals het in het Donald Ducks heet. Dat is op meerdere fronten niet goed (vind ik dan). Inhoudelijk vooral omdat de verhalen, nog sneller dan vroeger, hun eigen leven gaan leiden, zonder enige context en zonder referentiekader. We jagen elkaar op, buitelen over elkaar heen met meningen, moeten ook overal wat van gaan vinden, want anders hoor je er niet bij.
Wat ik er ook niet goed aan vind is dat we het allemaal met minimale bewegingen doen. De energie zit in de vingers, de rest van het lichaam zit of hangt er maar een beetje bij. De spieren verstrakken, het vet dijt uit, de gewrichten verstijven, kramp komt in de kuit. We bewegen dus veel te weinig, in ieder geval de vele mensen die een kantoorbaan hebben (hierbij trapte ik bijna in mijn eigen referentiekader, niet direct denkend aan al die mensen in verpleging, bouw, sport en al die andere beroepen waar wel bewogen wordt). Veel mensen bewegen dus te weinig, hebben een zittend beroep of zitten zonder beroep, staren naar een (groot of klein) scherm, hoofd vaak op een onnatuurlijke houding op de romp.
De laatste maanden kom ik steeds meer berichten, oproepen, tegen om hier verandering in aan te brengen. Hoeft allemaal niet rigoreus, maar wel bewust. Ga een uur lopen of staan als je twee uur hebt gezeten, probeer een staand te werken (vroeger, toen schreven de monniken en klerken allemaal staand aan hun lezenaars), ga zelf je kop koffie halen in plaats van dat door een collega te laten doen (de moderne versie van ‘loop naar de pomp’).
Bedenk eens een andere vorm van vergaderen (staand of, zeker bij ‘bilateraaltjes’, lopend door de omgeving, kom je ook eens buiten). Doe eens iets anders met hetzelfde. De medezeggenschap kan hier mooi een voorbeeld geven, bijvoorbeeld om gestand te doen aan dat wat staat geschreven in artikel 28 van de WOR.
En die Witte Donderdag? Ik vind het een mooi verhaal, dat verhaal van het eten, delen en (ge)denken. We zouden elkaar weer eens wat meer verhaaltjes moeten vertellen, wie weet leven we dan ook wel lang en gelukkig.




