Bijna tegelijkertijd kreeg ik te maken met een bestuurder die het oprichten van een OR zo lang mogelijk had tegen gehouden omdat een or zijn besluitvorming alleen maar zou vertragen. Twee schoolvoorbeelden van het behartigen van het eigen belang in de context van medezeggenschap.
Wat is er mis met eigen belang, zult u zeggen. Wel, in het kader van medezeggenschap: alles. In het kader van medezeggenschap is uitsluitend uitgaan van je eigen belang zoiets als in het casino aan een black jack tafel gaan zitten om te pokeren.
Dit is waarom ik dat vindt.
De kern van medezeggenschap is betrokkenheid. De kern van betrokkenheid is dat je iets of iemand een goed hart toedraagt of in ieder geval dat je er een relatie mee voelt. Je bent ermee verbonden. Dat maakt in mijn ogen medezeggenschap ook zo uniek in de context van organisaties: dat aan dat idee van verbonden zijn met een organisatie een plek wordt geboden in het overleg dat tot besluitvorming leidt.
Dat betekent natuurlijk niet dat er geen sprake is van belangenconflicten in de context van medezeggenschap. In tegendeel. Elke reorganisatie, elke werktijdenregeling, elk onderwerp in de medezeggenschap, roept die belangenconflicten op. De vraag is alleen of bij het beslechten ervan, die betrokkenheid (bij de organisatie) een plek krijgt, of niet. Dat is het verschil met het uitsluitend nastreven van eigen belang. Het is ook wat medezeggenschap boeiend en ingewikkeld maakt: verbonden zijn en toch aan jezelf denken.
Bestuurders die bij een or alleen maar denken aan vertraging, hebben dat duidelijk (nog) niet begrepen.
Misschien moet het gevoel van “verbonden zijn” in deze tijd weer wat meer aandacht krijgen.
Stof voor een volgende column: “voelt u zich nog verbonden?”






