Dit wetsvoorstel kan niet los worden gezien van het al eerder ingediende wetsvoorstel dat de ontslagvergoedingen van topinkomens (mensen die meer verdienen dat 75 duizend euro) te beperken.
Deze wetgeving lijkt op het eerste gezicht sympathiek, maar is er niet sprake van een hetze? De recente rechtspraak laat zien dat ontslagvergoedingen onder druk staan. De Hoge Raad heeft nog niet zo lang geleden aangegeven dat het enkele feit dat een medewerker beschikt over een langer dienstverband nog niet een automatisme betekent voor het toekennen van een ontslagvergoeding in het kader van een kennelijk onredelijke ontslagprocedure. En ook de kantonrechters hebben twee jaar geleden de zogenaamde kantonrechtersformule riant naar beneden bijgesteld.
De huidige wetsvoorstellen kunnen dan ook niet anders worden betiteld als symboolwetgeving. Zeker nu de zorgsector bijvoorbeeld heel recent in een beloningscode de afvloeiingsregelingen voor directeuren al had gemaximeerd tot een jaarsalaris. En nog steeds kan creatief van de regelingen worden afgeweken (zoals het afspreken van golden parachutes e.d.).
Ontslagvergoedingen moeten maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Deze maatschappelijke norm wordt al door rechtspraak ingekleurd waarbij ruimte is voor maatwerk. De wetsvoorstellen lijken op symboolpolitiek. Daar wordt niemand beter van (of het is de politiek zelve).





